Varen op de rivier

Varen op de rivier is geen enkel probleem, ook als u minder ervaren bent. Houdt u uzelf aan de scheepvaartregels. Hieronder leggen wij een aantal van die regels in het kort aan u uit. Neemt u deze regels goed door, respecteer ze, dan kunt u ervaren: ik vaar veilig.

  1. Varen op stromend water, de Lek, de IJssel; Nieuwe Merwede, de Noord e.d. vereist een andere oplettendheid indien u gewend bent op niet of weinig stromend water te varen. Op deze rivieren is er sprake van eb, vloed, stroming en kan het water kolken waar waterstromen elkaar ontmoeten. Uw schip kan dus ongemerkt omgezet worden door de stroming.
  2. Op de rivier komt u strekdammen tegen. Zorg ervoor dat u voldoende afstand houdt omdat er rondom de strekdam een sterke zuiging kan ontstaan die het schip als het ware ‘naar zich toe trekt’.
  3. De rivier meandert (slingert). Binnenvaartschepen die de rivier opvaren, mogen besluiten aan de ‘verkeerde wal’ te gaan varen. U kunt dat herkennen doordat het binnenvaartschip dan ‘het blauwe bord’ trekt. U kunt het blauwe bord met wit knipperend licht zien naast de stuurhut van het binnenvaartschip. Als het blauwe bord is getrokken bent u verplicht over te steken naar de andere wal en het binnenvaartschip de ruimte geven aan de verkeerde wal te varen.
  4. U komt grote binnenvaartschepen tegen of deze varen u voorbij. Hou er rekening mee dat een binnenvaartschip 20 km per uur kan varen, terwijl u ongeveer 9 km per uur vaart.
  5. Een binnenvaartschip op snelheid heeft al snel een remweg van ongeveer 500 meter. Schat de afstand goed in en steekt dan de rivier haaks over.
  6. Een binnenvaartschipper van een schip met 2 lagen containers daarop heeft vanuit de stuurhut als hij over het schip kijkt een ‘dode hoek’ van 300 meter. Zorg ervoor dat u te allen tijde naast en niet voor een binnenvaartschip terecht komt. De binnenvaartschipper kan u onmogelijk zien als u in de dode hoek bent beland.
  7. Het verschil tussen afvarend (met de stroming mee) of opvarend (tegen de stroming in) kan u zomaar 6 km snelheid schelen. Als u dus afvarend een kruising oversteekt en een water opvaart waar u stroming tegen krijgt, heeft dat een fors snelheidsverschil tot gevolg. Juist op die punten kunnen inschattingsfouten ontstaan.
  8. Hoofdregel op de rivier is dat pleziervaart langs de oevers vaart en ruimte geeft aan de beroepsvaart die meer op het midden van de rivier vaart. Constateert de rivierpolitie dat u teveel op het midden van de rivier vaart, levert dit u onherroepelijk een bekeuring op wegens gevaarlijk vaargedrag.
  9. Overzetveren hebben, ondanks dat zij het hoofdwater kruisen voorrang op pleziervaart. U moet ervan uitgaan dat de schipper van het veer niet op u wacht en gewoon oversteekt ondanks dat u misschien dicht bij het overzetveer bent. Er rest u in dat geval niets anders dan op volle kracht achteruit te slaan om een aanvaring te voorkomen.
  10. In beginsel vaart u met de wal aan stuurboordzijde. (Rechts van het schip) U kunt dat ook herkennen aan het volgende: bent u de rivier opvarend (naar de oorsprong van de rivier toe) dan heeft u de GROENE boeien aan stuurboordzijde. Vaart u de rivier af dan heeft u de RODE boeien aan stuurboordzijde.

Twijfelt u? In de kast liggen de boeken met regels en een CD, veilig varen doe je samen, of u belt desnoods voor advies. 0621564032

Wij wensen u een veilige vaartocht toe en veel plezier.

Aquanaut Yachting en Yachtcharter Streefkerk